Evenementen

NL: Architectuur in Spanje 1900-1920

Spreekster: Suzanne Roelofs, architectuur historica

Spanje heeft fenomenale architectuur. Wat Spaanse architectuur echter zo interessant maakt, is haar eigenzinnige ontwikkeling, de kruisbestuiving van culturen en het voortbouwen op het verleden. We trekken kris-kras door heel Spanje en bespreken werken van bekende en onbekende architecten.
In deze lezing, de derde uit de cyclus die onze zustervereniging in Eindhoven organiseert, ligt het accent op het Catalaanse modernisme met o.a. werk van Antoni Gaudí, Lluís Domènech i Montaner en Josep Puig i Cadafalch. Na de periode van neostijlen in de 19e eeuw en onder invloed van het Catalaanse onafhankelijkheidsstreven, zochten deze architecten aan het begin van de vorige eeuw  naar een nieuwe vormentaal met zichtbare ijzerconstructies en mooie decoraties in de vorm van tegeltjes en gekleurd glas.

Suzanne Roelofs gaf eerder voor ons een lezing over moderne Spaanse architectuur in het gebouw van Bureau Europa.

U kunt zich via uw browser aanmelden bij het adres dat u per mail wordt toegestuurd. U hoeft het ZOOM programma niet te downloaden of te installeren wanneer aangeeft dat u de lezing in uw browser wil volgen. U dient zich 10 à 15 minuten voor het begin aan te melden. Tijdens de lezing wordt er een pauze gehouden van 15 minuten.

NL: Activisme in de Latijns-Amerikaanse kunst

Spreker: Jonathan Offereins

Een panorama van kritische artistieke praktijken in Chili, Argentinië en Brazilië. De poging van theater en dansgezelschappen om in verzet te komen tegen de nieuwe rechtse, autocratische wind van Bolsonaro, Macri en Pinera. 

NL: Moderne architectuur in Spanje: Spaans of Internationaal

Architecten(bureaus) als Santiago Calatrava, Rafael Moneo , Enric Miralles en Nieto Sobejano waren verantwoordelijk voor nieuwe musea, bijzondere onderwijsgebouwen, opmerkelijke kantoorgebouwen en spraakmakende infrastructurele werken. In deze lezing bekijken we de meest bijzondere projecten, van bekende en minder bekende bureaus verspreid over heel Spanje. Hierbij zullen we ook bespreken of je van een typische Spaanse stijl kan spreken: zijn er typische kenmerken waarmee Spaanse architectuur zich onderscheidt ten opzichte van architecten in andere landen? Hiervoor zullen we ook enkele andere bijzondere projecten bespreken van niet-Spaanse architecten, zoals het Guggenheim in Bilbao en het Metropol Parasol project in Sevilla. U zult hierna een goed overzicht hebben van wat de Spaanse architectuur nu juist zo bijzonder maakt.

Deze lezing wordt georganiseerd in samenwerking met Bureau Europa, platform voor architectuur en design.

  • Frank O. Gehry, Guggenheim museum, Bilbao, 1991-­‐97
  • Norman Foster, Metro, Bilbao, 1990-­‐96
  • Rafael Moneo, Nationale Museum van Romeinse kunst, Mérida, 1980-­‐86
  • Rafael Moneo, Renovatie en uitbreiding Atocha treinstation, Madrid, 1984-­‐92
  • Rafael Moneo, Stadhuis, Murcia, 1991-­‐98
  • Rafael Moneo, Beulas stichting/ Kunst-­‐ en natuurcentrum, Huesca, 1998-­‐2005
  • Rafael Moneo, Prado uitbreiding, Madrid, 2001-­‐07
  • Jean Nouvel, Reina Sofia museum uitbreiding, Madrid, 1999-­‐2005
  • Herzog & de Meuron, CaixaForum Madrid, Madrid, 2001-­‐07
  • Mansila + Tuñón, Musac, León, 2002-­‐04
  • Patxi Mangado, Museo de Bellas Artes, Oviedo, 2006-­‐15
  • Alberto Campo Baeza, Campo Baeza, Zamora, 2012
  • Ensamble Studio, Muziek studiecentrum, Santiago de Compostela, 2002
  • Ensamble Studio, Sede de la SGAE, Santiago de Compostela, 2005-­‐07
  • Alejandro Zaera y Farshid Moussavi, Casa de Bambú, Madrid, 2007
  • Rafael Cañizares Torquemada, Carabanchel 24 El espíritu de Paul Klee, Madrid, 2011
  • MVRDV en Blanca Lleó, Edificio Mirador, Madrid, 2001-­‐2005
  • Salvador Pérez Arroyo, Torres de Montenuño Residencial, Oviedo, 2011
  • Jean Nouvel, Torre Glòries (vroeger Agbar), Barcelona, 2001-­‐05
  • Enric Miralles, Benedetta Tagliabue, Campus universiteit Vigo, 1999-­‐2004
  • EMBT, Santa Caterina Markt (renovatie), Barcelona, 1996-­‐2005
  • Nieto Sobejano, Auditorium en conferentiecentrum, Mérida, 2001-­‐04
  • Nieto Sobejano, Auditorium en conventiecentrum van Aragon, Zaragoza, 2005-­‐08
  • Zaha Hadid, Brugpaviljoen, Zaragoza, 2005-­‐08
  • Santiago Calatrava, Alamillobrug, Sevilla, 1987-­‐ 91  
  • Santiago Calatrava, Zubizuri, Bilbao, 1994
  • Santiago Calatrava, Stad van Kunsten en Wetenschappen, Valencia, 1991-­‐2005
  • Santiago Calatrava, Palacio de congresos, Oviedo, 2000-­‐11
  • Peter Eisenman, Ciudade da Cultura, Santiago de Compostela, 2001-­‐,
  • J. Mayer H.Architects, Metropol Parasol, Sevilla, 2004-­‐11
  • West 8 en MRIO arquitectos, Project Madrid Rio, 2006-­‐11
  • Dominique Perrault Architecture, Pasarela del Arganzuela, Madrid, 2010-­‐11
  • The Richard Rogers Partnership i.s.m. Estudio Lamela Arquitectos , T4 Vliegveld Adolfo Suárez Madrid-­‐Barajas, Madrid, 1997-­‐2005
  • Renzo Piano (Building Workshop), Centro Botín, Santander, 2017
  • Mecanoo, La Llotja theater en Conferentie Center, Lleida, 2006-­‐10

NL: Hendrik de Vries (1896-1986), dichter en schilder van Spanje

Lezing door Jan van der Vegt (biograaf, schrijver)

Hendrik de Vries, ’el español groninguense’, wordt als kind al door Spanje gegrepen, leerde zichzelf Spaans en maakte tussen 1924 en 1936 haast elk jaar een reis naar Spanje. De biograaf Jan van der Vegt reisde Hendrik de Vries na, zocht naar bronnen en getuigen van diens reizen. Hij vertelt hoe De Vries Spanje beleefde, wat ‘zijn’ Spanje was, en hoe dat tot uiting komt in zijn gedichten en tekeningen/schilderijen (hij was een dubbeltalent). Na 1936 zette hij zich in Nederland in voor de Republiek. Van der Vegt zal uit de Coplas van de Vries voordragen maar ook uit Iberia, een curieus reisjournaal in dichtvorm.

NL: Dictatuur en toerisme: hoe het toerisme de belangrijkste sector van de Spaanse economie werd

Afwijkende begintijd!

Toerisme wordt gewoonlijk geassocieerd met vrijheid, hedonisme en moderniteit. Dit zijn waarden die in tegenspraak zijn met die welke het franquisme voorstond. Het lag daarom niet voor de hand dat juist het toerisme werd uitverkoren om Spanje uit de financiële crisis te halen waarin het aan het eind van de jaren vijftig verkeerde. Welke factoren speelden bij de keuze voor deze economische sector een rol? Wat waren de gevolgen? Moderniseerde het toerisme de Spaanse samenleving of werd het volledig beheerst door het autoritaire systeem van het franquisme? Om deze kernvragen draait het in deze lezing.

Speker is Maarten Steenmeijer.

NL: Catalaanse schilders van rond 1900

Santiago Rusiñol, Valldemossa, 1907

Let op: datum gewijzigd.

Het beeld van Barcelona rond 1900 wordt doorgaans bepaald door de grote kopstukken die het meest beroemd zijn geworden, zoals in de architectuur Antonio Gaudí en in de schilderkunst Pablo Picasso, hoewel de laatste zich al vrij vroeg in Parijs vestigde.

Catalonië had echter een eigen kring schilders die minder bekend is maar waar prachtig werk uit voortgekomen is. Het waren jonge schilders die aanschopten tegen de bourgeois cultuur van de Catalaanse hoofdstad. Het café Els Quatre Gats was enkele jaren hun trefpunt waar zij ervaringen uitwisselden. Na 1900 gingen zij hun eigen weg maar zij kunnen zeker als wegbereiders voor nieuwe ontwikkelingen worden gezien.

Ramon Casas was een geziene kunstenaar, Santiago Rusinol maakte indrukwekkende landschappen op Mallorca, evenals Joachim Mir en nog anderen. Het zijn namen die een beetje zijn weggedrukt door de iets latere opkomst van Joan Miró en Salvador Dalí maar zij zijn zeker belangrijk geweest. Wellicht een verrassing en een nieuw licht op de cultuur van Catalonië in die dagen.

Spreker is Jan Timmerman.

De tegengestelde ontwikkelingen in Venezuela en Colombia

Latijns-Amerika was het afgelopen jaar terug op de voorpagina’s van de dagbladen, en twee landen sprongen daar uit: Venezuela en Colombia, op het oog om tegenovergestelde redenen. Colombia vierde feest vanwege een vredesakkoord, terwijl Venezuela in een ongekende crisis verzeild raakte. Maar achter deze tegenstelling ligt een overeenkomst: in beide gevallen liep een ambitieus revolutionair project op de klippen.

In Colombia heerst voorzichtig optimisme. Het lukte de regering en de grootste guerrillabeweging FARC met een vredesakkoord een punt te zetten achter meer dan een halve eeuw gewapend conflict. De FARC had in 1964 de wapens opgepakt om op te komen voor de arme boeren en voor een landhervorming. In de loop der decennia verwerd de beweging tot weinig meer dan een misdaadbende die zich financierde met afpersing, ontvoering en drugshandel, maar de principes van weleer bleven het discours bepalen.

Je zou verwachten dat in het vredesakkoord, waarover 5 jaar is onderhandeld, deze idealen prominent naar voren komen, maar dat valt tegen. De principes zijn in het vredesakkoord wel terug te vinden, maar zijn vrijblijvend genoeg om er onderuit te komen. Zo zal van een landhervorming – waar de guerrilla om begonnen was – geen sprake zijn. Grootgrondbezitters hebben bij wet laten vastleggen dat hun belangen niet zullen worden geschaad.

Bovendien zijn extreemrechtse milities en drugsbendes actief die niets zien in het akkoord. Zij worden gesteund en gefinancierd door invloedrijke ondernemers, grootgrondbezitters en politici. Deze machtige groep wist een meerderheid van de bevolking te mobiliseren om in een referendum over het akkoord, vorig jaar, tegen te stemmen. De aanpassingen die vervolgens werden aangebracht staan een werkelijke hervorming van de conservatieve status quo in de weg. De Waarheidscommissie, die een schoonmaak van de samenleving had kunnen betekenen, is minder doeltreffend gemaakt.

De nekslag komt mogelijk van de presidentsverkiezingen volgend jaar. De oppositie ziet daarin een grote kans om een president aan de macht te krijgen om belangrijke onderdelen van het vredesakkoord terug te draaien.

Probeerde de FARC hun idealen met wapens te realiseren, in buurland Venezuela kwam de revolutie op een democratische manier aan de macht. Ex-militair Hugo Chávez beloofde – na een mislukte staatsgreep weliswaar – een einde te maken aan de corruptie en uitsluiting van de massa’s. In 1999 won hij de verkiezingen en besteedde miljarden uit de olie-export aan sociale programma’s voor de armen.

Achttien jaar later dreigt dit experiment, dat een democratisch alternatief leek voor de gewapende revolutie, te eindigen in een catastrofe. Sinds maart gingen honderdduizenden Venezolanen maandenlang de straat op tegen Chávez’ opvolger Nicolas Maduro. Ook grote delen van de traditionele achterban van de revolutie keerden zich tegen de leiders. Belangrijkste reden is de economische malaise, die grotendeels is veroorzaakt door wanbeleid. Vier maanden onrust en 120 doden verder zit het regime van Maduro steviger in het zadel dan ooit. Zelden had een regering zoveel geld, zoveel tijd en zoveel steun van de bevolking als Venezuela om een nieuw land op te bouwen. Nu sterven er kinderen aan ondervoeding, waarmee de revolutie een historische kans heeft gemist.

Edwin Koopman (1964) is Latijns-Amerika-journalist en -analist voor onder meer Trouw, NRC, VPRO Bureau Buitenland, NOS, Clingendael Spectator en IHS Jane’s. De afgelopen twintig jaar volgde hij de politieke ontwikkelingen in de regio op de voet, in het bijzonder in Colombia en Venezuela. Hij schreef meerdere boeken over de revoluties in Venezuela en Cuba.

 

Het indiscrete oog

Kunstenaars langs de Catalaanse kust aan het werk

In de jaren 2011-2015 fotografeerde Loek Groenendijk een dertigtal, internationaal bekende, in Spanje werkende kunstenaars. Zijn fascinatie bij dit onderwerp is de interactie tussen “Geest”, “Ogen” en “Handen”. Niet het kunstwerk, maar de kunstenaar centraal. Atelierportretten van kunstenaars is een bekend thema. Minder bekend zijn series waarbij de fotograaf het voorrecht heeft om aanwezig te zijn tijdens het creatieve proces. Met nadruk “voorrecht” want creativiteit komt in eenzaamheid. Als de muze daar is, zijn buitenstaanders niet welkom.

Opgeleid als documentair filmmaker denkt Loek Groenendijk in verhalende beelden met tekst. Tijdens de avondvullende presentatie toont hij een aantal van deze series, vertelt over zijn ontmoetingen met de kunstenaars en de soms verrassende omstandigheden waar hij voor kwam te staan.

Wegen naar Santiago

Wegen naar Santiago

Christina Bloem, Jacques Huinck, Jos Habets en Ben van Rooij

De pelgrimage naar Santiago de Compostella bestaat al sinds in de vroege middeleeuwen de reconquista op gang kwam.  Op schilderijen van pelgrims uit de late middeleeuwen zijn deze gemakkelijk te herkennen aan de Jacobsschelp op hun hoed.  Met de pelgrimage kon de straf voor zonden worden verminderd of worden uitgewist, zowel tijdens het leven als na de dood.  De gelovigen uit heel Europa trokken via verschillende wegen op naar de stad van Sint Jacob met de ster.  De weg van de pelgrims uit Noord- en West-Europa liep via Bayonne, maar pelgrims uit Zuid- en Oost-Europa liepen via Barcelona of Valencia naar Santiago en die uit het Zuiden van Spanje weer via andere routes.  Langs deze wegen groeiden de stadjes en steden. Met de secularisatie taande de belangstelling voor deze pelgrimage en raakten vele wegen overwoekerd.  Aan het eind van de twintigste eeuw nam de belangstelling voor deze pelgrimage weer toe, niet alleen omdat schijvers als Cees Noteboom de landschappen, de architectonische juweeltjes en de uitstervende bevolking van de binnenlanden van Spanje meesterlijk beschreef, maar ook omdat het thema van de pelgrimage naar Santiago perfect past in de wereld van schrijvers die New Age en Magisch Realisme aanhangen. Zo hebben velen in de afgelopen 25 jaar de pelgrimage naar Santiago ontdekt, niet zozeer als middel om van zonden verlost te worden, dan wel om met jezelf in het reine te komen, andere mensen te ontmoeten, met vrienden langs een mooie route te wandelen, af te vallen of om een peesontsteking te krijgen.

Vanavond belichten vier van onze leden de wegen aar Santiago.  Jos Habets vertelt over de geschiedenis van de pelgrimage naar Santiago, Christine Bloem over de verschillende wegen die in Spanje naar Santiago leiden, Jacques Huinck over de belevenissen onderweg en Ben van Rooij over zijn ervaringen met pelgrims als hospes in een van de vele refugios langs de weg.  Allen kennen het onderwerp waarover zij spreken uit eigen  ervaring.

Op de zaterdag en zondag na deze lezing staan de Kunstdagen te Wittem in het teken van de pelgrimage naar Santiago.

Op zaterdagochtend met een cultuurhistorische wandeling rond Houthem, waar de kluizenaar St. Gerlachus in de 12e eeuw in een holle eik woonde. De plek werd al kort na zijn dood een pelgrimsoord en is nu nog steeds een overnachtingsplek op de route naar Santiago de Compostella en ‘s avonds met twee pelgrimsfilms van Leo Baeten.

Aan het eind van de zondagmiddag vertellen drie pelgrims (Jos Solberg, Leo Baeten, en Henk Erinkveld) over hun ervaringen onderweg, waarbij het Duo Ultreya de bijeenkomst met Caminoliederen opluistert. Hierna is er een pelgrimsmaaltijd in de refter van het klooster van Wittem en ‘s avonds brengt dit duo samen met het gezelschap Pandora specifieke Jacobsmuziek, waarbij een verteller je laat kennismaken met vreugde en leed, toewijding en spot, lusten en lasten van de middeleeuwse pelgrim.

De Zilveren tijd

De Zilveren Tijd: la Escuela de Bellas Artes en Madrid met Salvador Dalí, Louis Buñuel en Frederico Garcia Lorca

Drs. J. Timmerman

De Zilveren Tijd is een benaming voor de 20er jaren van de vorige eeuw waarin een ongekende bloei van het culturele leven in Spanje ontstond. Madrid was het onbetwiste centrum en nam de leidende rol in het culturele leven over van Barcelona.

Spanje beleefde een woelige periode.

Het land was in de 19e eeuw sterk achteruit gegaan en het enorme imperium van vroeger dagen bestond niet meer. In de oorlog om Cuba in 1898 ging de laatste glorie van het grote koloniale rijk verloren waarop de “Generatie van ‘98” reageerde met een neiging tot zelfreflectie en bespiegelingen.

De jonge koning Alfonso XIII trad aan in 1902 vol idealen en verwachtingen van herstel. Maar Spanje was bijna onbestuurbaar door vastgeroeste verhoudingen in de politiek en een verregaande ondermijning van het systeem door bommen en sluipschutters. In 1923 kwam aan deze chaotische periode een einde door het aantreden van dictator Primo de Rivera.

Ondanks de kritiek op de dictatuur brak een periode aan van nieuw elan vooral op cultureel terrein. Schrijvers zochten naar nieuwe wegen en de poëzie bloeide op, gesteund door een gretig lezerspubliek. In de Residencia de Estudiantes in Madrid troffen kunstenaars van verschillende professies elkaar met als resultaat eindeloze, soms opgewonden maar dikwijls vruchtbare tertulia’s op de terrassen van de hoofdstad. In die sfeer konden drie jonge studenten uitstekend gedijen, Federico García Lorca, Salvador Dalí en Louis Buñuel, alle drie beroemd geworden op hun eigen terrein. Even dacht men dat het een bescheiden herhaling van de Gouden Eeuw zou gaan worden. De periode is de Spaanse geschiedenis in gegaan als de Zilveren Tijd, de Edad de Plata.